Camperreis familie Van Elven West-Canada juni/juli 2009
Vancouver - Vancouver
Woensdag 24 juni t/m donderdag 16 juli 2009
Na twee camperrondreizen door het westen van de Verenigde Staten hebben we besloten dit keer een rondreis te maken door het westen van Canada (British Columbia en Alberta) en een stukje van Vancouver Island. Een neef en zijn vrouw hebben na de enthousiaste verhalen over onze vorige reizen aangegeven dat zij ook wel eens mee wilden met zo’n camperreis, zodat we weer met vier personen op stap gaan. Dit keer kiezen we wel voor een iets grotere camper, zodat we wat meer leefruimte hebben. Aangezien we inmiddels weten dat vroeg boeken een aanzienlijk prijsverschil voor de camperhuur kan betekenen, begint de eerste oriëntatie al in augustus 2008! En dat heeft zich geloond: de huurprijs per dag was in verhouding tot latere opgaven laag, en de extra’s (zoals 50% korting op onbeperkte kilometers, vroegboekkorting e.d.) maakten dat we met zijn vieren een schappelijke prijs betaalden. Natuurlijk krijg je ook allerlei adviezen van iedereen over vliegen via Duitsland of België, dat veel goedkoper zou moeten zijn. Zowel Travelhome als wijzelf hebben van alles en nog wat uitgezocht en nagekeken, maar vliegen vanaf Schiphol via Londen naar Vancouver was uiteindelijk de meest voordelige optie. Dat door de kredietcrisis op een gegeven moment alle vliegprijzen drastisch daalden, waarvan wij door het vroege boeken niet meer konden profiteren was jammer, maar maakte door de lage camperhuur uiteindelijk weinig verschil! Daarna begon de voorpret van het uitstippelen van de reis, campings uitzoeken, websites bekijken enzovoort. In de loop van voorjaar 2009 heb ik met de uitgezochte campings contact opgenomen, om te kijken of reserveren wel of niet nodig is. Aangezien het grootste deel van onze reis in het hoogseizoen valt, kregen we in de meeste gevallen advies om te reserveren, of in ieder geval zodra we in Canada zijn, contact op te nemen. Op een van de laatste dagen voor vertrek heb ik de laatste campings nog gereserveerd, vooral omdat onze voorkeur toch wel uitgaat naar een beetje comfort…
Dag 1 (24 juni 2009) Vroeg vertrekken betekent vroeg opstaan: onze vlucht vertrekt om 7.20 uur, dus worden we heel vroeg weggebracht. Neef Leo en zijn vrouw Ineke zijn net vóór ons op Schiphol, en we kunnen elektronisch inchecken. Ik laat mij braaf door het programma heen loodsen en bij de vraag of er ná het inpakken nog iemand bij onze koffers heeft kunnen komen, zeg ik nee, en klik ik op ja. Het programma stopt direct, en wonder: ik hoef niet opnieuw te beginnen, maar we kunnen direct naar de incheckbalie, waar we vervolgens als een van de eersten van onze koffers worden afgeholpen. Nieuwe truc om snel op te schieten? Onze vlucht met British Airways naar London Heathrow vertrekt stipt op tijd en we zijn er iets eerder dan gepland. En zo gaat het verder tot in Vancouver toe: alles vertrekt op tijd en komt op tijd aan. Air Canada is een plezierige maatschappij om mee te vliegen, met een goede service aan boord, prima eten, en een ruime keuze uit films, die je op het scherm in de stoel voor je makkelijk kunt volgen. We overnachten in het Travelodge Airport hotel, een beetje oubollig ding, maar met prima bedden. Direct na aankomst bellen we Cruise Canada om voor de volgende morgen een taxi te regelen (wordt 9.30 uur), waarna we eerst een paar uurtjes slapen, om daarna op gemak in het hotel te gaan eten. Om half acht zit Cees aan zijn eerste Canadese biertje (en dan is thuis het half vijf in de ochtend). En dan weer op tijd naar bed, en slaap inhalen!
Dag 2 (25 juni 2009) - Vancouver - camping: BCRV Campground, Burnaby, Vancouver – twee nachten - dagafstand: 28 km Ook de taxi staat exact om 9.30 uur voor de deur om ons naar de camperverhuurder te brengen. Het weer is nog steeds somber en bewolkt, het heeft al geregend en als je de berichten mag geloven wordt het niet veel beter in de komende dagen. Maar dat mag de pret niet drukken. De camper staat al voor ons klaar, hij is nog betrekkelijk nieuw en heeft er pas krap 48.500 km op zitten. Een C30 scheelt qua grootte toch wel een aardig stukje met de C25, die we andere jaren huurden! We worden voorzien van de benodigde uitrusting, huren er nog gauw een paar klapstoeltjes bij en tegen 12.00 uur vertrekken we richting de eerste camping. Onderweg zien we een Safeway, en conform alle tips die we via via ontvangen hebben, nemen we eerst een klantenkaart, die ons de benodigde korting moet opleveren. Al met al neemt het eerste rondje boodschappen nog best wat tijd in beslag, en rond half vier zijn we op de camping. De slaapplaatsen worden verdeeld, de koffers uitgepakt en eer alles zijn plaats heeft en we een beetje onze draai gevonden hebben, ben je zo weer een uurtje verder. Maar: intussen is de temperatuur omhoog gegaan, en schijnt de zon aan een blauwe, van witte wolken voorziene hemel. We zitten zo lekker buiten aan drankje en hapje, dat we besluiten niet meer de stad in te gaan, en zelf te koken.
Dag 3 (26 juni 2009) – Vancouver stad Bij de receptie hebben we een dagkaart gehaald voor de Skytrain, zoals de metro hier genoemd wordt. De halte is niet al te ver lopen van de camping, en we rijden eerst het hele rondje mee tot de halte Waterfront. De zon schijnt volop en we wandelen via de Seawall Walk / Promenade, die langs het water loopt, op gemak richting Stanley Park. Ineke is stikjaloers op de mooie skeelerpaden die hier zijn aangelegd, en zou het liefste een paar skeelers huren. We lopen naar de Totempalen, waarvan we dachten dat ze een groot deel van het park zouden beslaan, maar dat valt een klein beetje tegen: op een betrekkelijk kleine ruimte staan een aantal totempalen bij elkaar, en dat is het dan wel. Bij een restaurantje worden de fish and chips door zowel meeuwen als zwervers uit je mond gekeken. Het wordt me te bar en ik geef een deel van mijn frietjes aan een zwerver, die al druk bezig was alle vuilnisbakken te inspecteren. Met mijn frietjes loopt hij naar het loket om nog wat extra ketchup te halen, en vervolgens graait hij weer rustig door in de vuilnisbakken, kennelijk op zoek naar wat vlees of sla erbij.. In het park komen we nog langs een aantal kunstenaars die hier ofwel bezig zijn met schilderen, dan wel hun werk proberen aan de man te brengen. Het is een boeiend gezicht, maar we houden het bij kijken / niet kopen. We lopen terug richting Waterfront en nemen de bus naar Gastown. We stappen uit bij een gebouw met een hoge uitkijktoren: The Vancouver Lookout, en willen natuurlijk even naar boven. Vandaar hebben we een schitterend uitzicht over de stad en de omgeving. Daar kunnen we ook het beroemde Gastown al zien liggen. Die wijk ziet er erg gezellig uit, dus gauw naar beneden en doorlopen. Straten met erg leuke winkeltjes, waarbij heel duidelijk wordt dat hier volgend jaar de winterspelen worden gehouden. Er zijn ook genoeg restaurantjes en tegenover de beroemde Steamclock strijken we neer op een terrasje, om te horen en te zien hoe een klok op gas het halve en hele uur slaat. En eigenlijk is het nog mooier om alle andere toeristen te bekijken, die zich aan deze klok vergapen. Vandaar lopen we richting Chinatown, maar dat is wat mij betreft goed voor een acute depressie. Het kan natuurlijk zijn dat we een totaal verkeerde route genomen hebben, maar als je langs veel mensen loopt die er toch wel heel erg versuft en misschien wel verslaafd uitzien, dan wil ik niets liever dan gauw wegwezen. En dus gaan we snel terug richting Gastown, waar we bij het Water Street Café heerlijk gegeten hebben. Vandaar weer terug met de Skytrain naar de camping, waarna we toch echt wel aan slapen toe zijn!
Dag 4 (27 juni 2009) - Over de scenic byway tot Hope, vervolgens over de Fraser Canyon Highway naar Boston Bar - camping: Canyon Alpine RV Park, Boston Bar - dagafstand: 208 km Opstaan en ontbijt worden al een heel klein beetje routine en we gaan op weg. Het eerste stukje navigeren verloopt nog wat rommelig; dat ligt toch wel een beetje aan Vancouver, waar de bewegwijzering op zijn zachtst gezegd niet optimaal is. Het is weer zonnig, mooi weer en we besluiten ergens op een fraaie parkeerplek de stoeltjes uit te klappen en lekker koffie te drinken. Helaas stikt het daar van de muggen en voor we het weten, hebben die heel wat Barselaarbloed geproefd. Dan wil je wel gauw wegwezen! Het plaatsje Hope stond wel op het lijstje met mogelijke bezienswaardigheden, maar uiteindelijk kiezen we er toch voor om in één keer door te rijden naar de Hell’s Gate Airtram. Daar nemen we de kabelbaan naar beneden en genieten zo’n 159 meter lager van het schitterende uitzicht over de rivier. Jammer dat het geen zalmentijd is; men heeft hier speciale overlopen gemaakt waardoor de zalmen makkelijker hun weg terug kunnen vinden naar hun geboortegrond. Natuurlijk nemen we een kijkje in de souvenirwinkel en de fudge factory, waar we ook proeven van de wel erg zoete fudge en ons laten verleiden er iets van te kopen. Deze hele attractie hadden we toch niet willen missen en kunnen we best als aanrader te boek stellen. De camping is mooi gelegen, met plaatsen op verschillende niveaus met veel bomen en toch mooie gladde plekken waar je je geen zorgen hoeft te maken over waterpas staan. Het is rustig en we kunnen nog een plaatsje uitkiezen. We komen achteraan op een van de hoogst gelegen plaatsen terecht, waar al een ijzeren ring voor een kampvuurtje klaarligt. Het blijkt dat we in de vier dagen dat we onderweg zijn, samen al heel wat foto’s gemaakt hebben, die we toch maar even op de laptop opslaan. Natuurlijk ook even alles bekeken en wat hebben we in zo’n korte tijd al veel moois gezien! Ondanks het feit dat deze camping op slechts enkele tientallen meters afstand van de snelweg ligt, waar ook nog eens een rivier en een spoorbaan langslopen, is het bijzonder stil en weer gaan we op tijd naar bed, zodat we de volgende dag ook weer op tijd kunnen opstaan.
Dag 5 (28 juni 2009) - Van Boston Bar naar Salmon Arm - camping: Hidden Valley Campground - dagafstand: 320 km Al is het nog een beetje fris, het is toch wel lekker om buiten te ontbijten, en de vele vliegjes onder de bomen nemen we maar voor lief. Tegen negen uur rijden we de Highway 1 weer op. Het ene schitterende uitzicht na het andere ontvouwt zich, en we verbazen ons over de ontzettend lange treinen die we aan weerszijden van de wegen zien. Bij een benzinestation vertelt men ons dat er wel twintig keer per dag van die lange treinen voorbijkomen. In de omgeving van Savona stoppen we bij een meer, om daar op gemak te lunchen. Er ligt een kleine camping bij, en je kunt duidelijk zien dat het zondag is: hele families zitten aan het water, en bij de tentjes staan rijen barbecues opgesteld. We besluiten verder op gemak door te rijden, zodat we op een redelijke tijd op de camping kunnen zijn. De Hidden Valley Campground ligt op een mooie locatie, en de plaatsen zijn verdeeld over verschillende niveaus. Als ik het mij goed herinner van het internet, staat deze camping enigszins te boek als volkscamping. Nou, dat heb ik wel eens erger gezien. Er zijn wel veel kennelijk vaste plaatsen, maar alles ziet er prima uit. De doorgaande reizigers – waar wij natuurlijk ook bij horen – krijgen een plaatsje op een iets lager niveau, vlak bij een beekje en niet al te ver van de tentplaatsen. Dat betekent ook dat je lekker beschut staat, want ‘bovenin’ kan het best wel waaien. De wandeling naar de douchehokken kan ofwel via een houten trap, dwars door de bomen heen, of over de normale toegangsweg, met een behoorlijk vals plat. Zo komen de spieren wel weer in training!
Dag 6 (29 juni 2009) – Van Salmon Arm naar Golden - camping: Golden Municipal Campground, langs de Kicking Horse River - dagafstand: 250 km We kunnen weer buiten ontbijten! Tegen negen uur zijn we op weg naar Golden. We komen langs de Crazy Creek Waterfall, met hangbrug, en daar moeten we toch beslist even stoppen. We moeten wel entree betalen om dit mininatuurgebiedje in te mogen, maar we willen nu toch echt onze eerste waterval van dichterbij bekijken en een wandelingetje over de hangbrug maken. Die is nog niet zo oud, en aan de informatieborden kunnen we zien, dan men het wandelgebied rond de waterval steeds verder wil uitbreiden. Tja, daar betaal je dus die entree voor! Al is dit niet een van de grootste watervallen, het is toch wel erg mooi om te zien, en natuurlijk wordt er weer wat afgefotografeerd! Na de wandeling genieten we nog even van koffie op het terras (tweede beker kun je bijschenken voor een dollar). Aan de overkant van de weg kunnen we vers fruit kopen, en men heeft ook antimuggenspray op natuurlijk basis. Dat willen we wel proberen! (Achteraf bleek dat dat toch niet echt hielp, dus hebben we toch maar weer onze eigen antimuggenspullen gebruikt.) Dan gaan we door naar ons eerste park: Revelstoke National park. Gelukkig hadden we van te voren al bekeken waar we wilden stoppen en wat we wilden bekijken, want de Canadese parken zijn toch iets anders dan de parken zoals we in Amerika gewend waren: de snelwegen lopen hier gewoon doorheen, en als je niet oplet, ben je door het park heen, voor je er erg in hebt. Door deze manier van dóór een park rijden op weg naar de volgende bestemming, moet je wel zorgen dat je dagafstanden niet al te lang zijn, zodat je onderweg kunt stoppen om te wandelen en te kijken. En mocht bij nader inzien blijken, dat je (veel) langer in een park had willen blijven, dan houd je een reden om nog een keer terug te gaan…
De eerste stop is bij de Skunk Cabbage Trail. Een wandeling van iets minder dan anderhalve kilometer over een plankier voert ons door een soort vennengebied (‘Wetlands’), waar ontzettend veel struiken bloeien, die dus kennelijk de ‘skunk cabbage’ zijn. Volgens mijn informatieboek familie van de aronskelkfamilie… Je moet hier ook veel vogels kunnen zien, maar dat viel een beetje tegen. Verkeerde tijd van het jaar? Een klein stukje verder in het park / langs de weg erdoorheen, komen we bij het Giant Cedars Trail, met reuzengrote red cedars en douglas sparren. Een inlands regenwoud, toch wel enigszins donker en vochtig. Ook deze wandeling is niet zo lang. Aan het einde komen we ineens een parkwachtershuisje tegen, waar we de Nationale Parkpas kunnen kopen. Voor camper inclusief 4 personen kost ons dat $136,40 (circa € 85,00). Maar daarmee heb je dan wel toegang tot alle nationale parken van Canada, en dat tot en met juli 2010!. En met deze pas kunnen we dan ook gelijk het volgende park aan de Highway 1 onbezorgd in- en doorrijden: Glacier National Park. Hier kiezen we voor de ‘Loop Brook Trail’, een niet al te lange wandeling met een paar hele kleine klimmetjes. Onderweg zien we restanten staan van de pijlers die ooit een spoorweg droegen, en langs het pad staan overal borden met de historie van de aanleg van de spoorweg die hier vroeger liep. Een hels karwei dat – zoals bij zoveel spoorwegen in Canada en Amerika het geval was – voor een groot deel door Chinezen werd uitgevoerd. Bijna zonder dat we er erg in hebben, zijn we ineens een uur kwijt… Zien dat we dat volgende week weer ergens terugvinden! De camping in Golden was een tegenvaller. De rivier aan de achterkant van de camper is natuurlijk een mooi gezicht; maar naast tegenvallende ligging, douches en toiletten is er nog een minpuntje: direct aan de andere kant van het water loopt de spoorlijn die kennelijk uitkomt een rangeerterrein. Aan het geluid van die hele lange treinen, inclusief het toeteren wat ze doen, kun je nog wel wennen maar als er ook nog gerangeerd wordt, is het gepiep, gekraak en gesteun niet van de lucht, wat vooral ’s nachts heel irritant is. Kennelijk heb ik de nacht ervoor zo weinig geslapen, dat ik hier nu dwars doorheen slaap; dit keer is Ineke de pineut, die de volgende dag opstaat met het gevoel dat ze iedere trein gehoord heeft.
Dag 7 (30 juni 2009) – Van Golden naar Radium Hot Springs - camping: Canyon RV Resort & Campground . - dagafstand 250 km Natuurlijk hadden we rechtstreekse over snelweg 95 van Golden naar Radium Hot Springs kunnen rijden, maar dan zouden we Yoho National Park en Kootenay National Park weer via omwegen moeten gaan bekijken. Dus gaan we rond negen uur weer Highway 1 op naar het Yoho National Park. Yoho betekent in de taal van de Cree-indianen ‘verbazing’, ‘verwondering’. Die woorden zijn prima van toepassing op de bergwereld van dit park. We nemen eerst de afslag naar het Emerald Lake, waar we ons verbazen (yoho!) over de kleur van het water. Bij het meer ligt een soort vakantiepark, dat weinig vertier biedt, dus nadat we dit stuk fraaie natuur weer in ons opgenomen hebben (en natuurlijk digitaal vastgelegd), rijden we dezelfde weg weer terug en stoppen bij het volgende natuurwonder: de Natural Bridge. In de loop der eeuwen heeft het water zich hier op dusdanige manier een weg gezocht, dat de rotsen steeds verder zijn uitgesleten. En als dat uitslijten begint aan de onderkant, houd je aan de bovenkant een soort brug over. Als we het water naast ons horen donderen en zien kolken, kunnen we ons best een beetje voorstellen hoe dit gebeurt. De volgende zijweg brengt ons naar de Takakkaw Falls, een van de hoogste watervallen van Canada. Het eerste stuk van de weg is prima te doen, dan beginnen de haarspeldbochten. Na de eerste bocht komt een vrachtwagen ons achteruitrijdend tegemoet; bij de tweede bocht begrijpen we waarom… Met onze meer dan 9 meter lange en 3 meter brede camper moeten we minimaal drie keer steken om de bocht door te komen, en dat zou daarna nog een poosje zo door moeten gaan. Unaniem besluiten we dat dit wel heel vervelend is, en dat we beter kunnen keren nu het nog kan. Zelfs Cees, die het rijden van haarspeldbochten normaal gesproken als een soort sport ervaart, is het hier volledig mee eens. Wat jammer dat men dit soort dingen niet aan het begin van de weg aangeeft. Het moet toch een kleine moeite zijn om een bordje neer te zetten ‘niet voor voertuigen boven 20, 25, 30 foot, of welke afmeting dan ook maar van toepassing is. Ook in de nationale parkengids, die we constant gebruiken als naslagwerk, is dit soort dingen niet aangegeven. Jammer! Op het rechte stuk weg kijk ik nog even achterom en zie ineens tussen de bomen aan de rechterkant van de weg toch nog heel verdekt een verkeersbordje staan, waarop met een tekeningetje is aangegeven, dat vrachtwagens op het volgende stuk weg wel een paar keer moeten steken bij de bochten… Tja, dat bord was dus zo onopvallend, dat niemand van ons het gezien heeft. Het laatste stuk van deze weg brengt ons nog bij een uitzichtpunt van waaraf we de spiral tunnels moeten kunnen zien; gelukkig hebben we goeie verrekijkers bij ons, anders was ook dit onderdeel een beetje de mist ingegaan. Maar natuurlijk doen deze twee minpuntjes niets af aan het feit dat Yoho op zich erg mooi is!
We steken de provinciegrens over en rijden even een stukje door Alberta, om bij Castle Mountain weer rechtsaf te slaan terug naar British Columbia, naar het Kootenay National Park. Aan het begin, bij de Vermillion Pass, is nog steeds goed te zien dat hier jaren geleden een grote brand heeft gewoed. Ook hier laat men tegenwoordig de verbrande bomen staan, omdat die weer een goede voedingsbodem zijn voor de groei van planten en struiken die anders niet te zien zijn. Zo kun je wel een variatie maken op het spreekwoord door de bomen het bos niet meer zien, waarbij je het bos kunt vervangen door de struiken en planten. Het is inderdaad verbazingwekkend hoe op zwartgeblakerde stukken grond en zelfs op uiteinden van verbrande bomen en struiken, alles weer uitloopt! De eerste stop in Kootenay is bij de Marble Canyon; dit is echt een ‘grand canyon’ in het klein, met kristalhelder bergwater gorgelend door diepe kloven. Er lopen makkelijke wandelpaden langs, die we echter niet tot het einde toe gevolgd hebben, want er is nog zoveel meer moois te zien! Daarna rijden we door naar de parkeerplaats voor de Paint Pots. Diverse kortere en langere wandelingen brengen je bij verschillende soorten ‘verfpotten’. Wij lopen naar de Ochre Fields. De ijzerrijke mineralen in de grond zorgen ervoor dat het water, dat her en der opborrelt, van fraaie kleuren wordt voorzien. Vroeger kwamen de Indianen hier ook naar toe om met deze aarde hun verfkleuren aan te maken. Ook was hier een mijnindustrie, maar toen Kootenay in 1920 werd benoemd tot Nationaal Park, werd de mijnbouw langzaam afgebouwd. Vervolgens rijden we door tot aan het Kootenay Valley Viewpoint. Daar geeft een parkwachter informatie over de nadelen van een verkeersweg door een natuurpark, waarop veel te hard wordt gereden. Ze staat daar met o.a. een opgezet jong beertje, dat slachtoffer is geweest van de verkeersdrukte op de weg. Door veel informatie te verstrekken hoopt men de autorijders zo ver te krijgen, dat ze hun snelheid matigen, maar dat valt niet mee. Wij vroegen ons al af of we behalve dat opgezette beertje, nog eens beren te zien zouden krijgen. Kennelijk is het niet echt het seizoen meer dat je overal en nergens beren ziet. En dan gebeurt het: op niet al te grote afstand zien we een beer de weg oversteken. Dichtbij genoeg om goed te zien, te ver weg om een foto van te maken… Maar waar er één is…
De camping is gemakkelijk te vinden, en deze is gelukkig weer erg mooi: goed onderhouden en fraai gelegen. We staan langs een soort graswal, en tot onze verbazing zien we overal rond de campers kleine koppies boven de grond uitsteken: de Columbia Ground Squirrel. En alsof het niet op kan, zien we ineens tussen de struiken boven de graswal een hert staan. Gelukkig: er zijn dus inderdaad dieren te zien in Canada! We hebben nog steeds mooi weer, en kunnen weer heerlijk buiten zitten; tijd voor een hapje en een drankje!
Dag 8 (1 juli 2009) – van Radium Hot Springs naar Pincher Creek - camping: Sleepy Hollow Campground, Pincher Creek (twee nachten) - dagafstand: 336 km De nacht was koud, maar bij het opstaan is de lucht weer strakblauw, en de zon doet alweer zijn best om alles op te warmen. Midden op de camping staat een hert op gemak te ontbijten. Wij doen ons best om er heel zachtjes met fototoestel naar toe te lopen, maar een dame met hond struint gewoon door… weg hert! Onze vertrektijd ligt weer rond 9 uur. Vanwege Canada-day hadden we wel grote drukte verwacht, maar dat viel erg mee. Misschien omdat onze route niet zo’n gangbare weg is? Bij een koffiestop zien we een clubje motorrijders, waar Cees natuurlijk even een kijkje bij moet nemen. Een van de rijders heeft zijn fiets helemaal zelf gebouwd, en het is dan ook een bijzonder exemplaar geworden. Een andere bijzondere gast op deze rustplaats is een jongeman, die alleen met zijn kat de wereld rondreist. Poes – die veiligheidshalve wel aan een lijntje zit – laat zich gewillig aanhalen, en stapt later weer zo bij baasje in de auto. We komen door het plaatsje Sparwood, waar de grootste truck ter wereld staat: de Terex Titan, die vroeger werd gebruikt in de open kolenmijn. Met mijn 1,65 m kom ik nog niet tot de as van het wiel. Bij het boodschappen doen staat bij de ingang van de winkel een charmante jongedame, die alle bezoekers voorziet van een gratis stukje Canadadaytaart: zo krijgen we toch een klein stukje van deze nationale feestdag mee!
In Pincher Creek is het even zoeken naar de camping; wel mooi gelegen, maar men heeft problemen met de riolering, zodat de douches niet gebruikt kunnen worden. En aangezien het de nationale feestdag is, komt er ook geen monteur. Gelukkig werken de wc’s vlak bij onze camper wel, dus dat comfort hebben we wel. Ook hier hebben we internet, zodat we weer eens een berichtje naar familie en vrienden kunnen sturen.
Dag 9 (2 juli 2009) – Pincher Creek / Waterton NP - dagafstand: 94 km De rit vandaag is kort: we gaan naar Waterton Lake National Park. Eerst gaan we naar het visitor center, om te kijken wat er allemaal te doen is, en welke wegen je met een 30 foot camper kunt berijden. We parkeren op een terrein bij de haven, waar we eerst een kaartje voor de boot kopen voor een tocht over het Waterton Lake. Daarna hebben we tijd om op gemak het plaatsje door te wandelen, koffie te drinken en even winkeltjes te kijken. De boottocht brengt ons over de grens met Amerika, hetgeen te zien is aan een open strook in de bossen op de bergen, en een grenspaal op het land. We krijgen de gelegenheid om in Montana USA aan land te gaan; dat laten we dit keer aan de mannen over; Ineke en ik blijven lekker in de zon zitten, want het is nog steeds schitterend weer! Terug op het vasteland lopen we naar het beroemde Prince of Wales hotel, gebouwd in 1926-1927. om even binnen rond te kijken en natuurlijk weer foto’s te maken. Vandaar rijden we naar de Red Rock Canyon. Op de parkeerplaats worden we verrast door een paar berggeiten met jong, die op gemak over het terrein lopen te struinen op zoek naar lekkere hapjes. Het is dan wel vreemd als je ze diverse auto’s ziet aflikken; kennelijk zit er een soort stof aan, die hen aantrekt. Of zijn het benzinejunkies? Vanaf de parkeerplaats kunnen we weer een stuk wandelen over een (vrijwel) natuurlijk wandelpad langs de rode rotsen, waar op sommige plaatsen in de diepte het water weer door de canyon gorgelt. Onderweg zien we ook heel veel mooie planten en bomen, en natuurlijk is er weer een waterval. Dan gaat de rit weer terug naar de camping, waar de douches inmiddels gerepareerd zijn, en na zo’n warme dag ben je dan blij dat je je weer eens lekker kunt afspoelen. Terug in de camper begeeft de airco het; jammer, maar het koelt ’s avonds genoeg af om zonder te kunnen.
Dag 10 (3 juli 2009) – van Pincher Creek naar Calgary - camping: Calgary West Campground - dagafstand: 232 km Onder gesteun en gekreun staan we om half zeven op. Dat noemen ze vakantie…! Maar ja, als we met de shuttlebus mee willen naar het Stampede terrein, moeten we uiterlijk 11.00 uur in Calgary op de camping zijn. Eén minuut voor elf rijden we het terrein op. Gauw de camper neerzetten, inchecken, buskaartjes kopen, nog even snel omkleden – want het is alweer warm, iets wat je tijdens het rijden niet zo merkt, en dan de stad in. De shuttlebus blijkt een echte schoolbus te zijn; en gelukkig vertrekt de bus iets later dan aangegeven, zodat we nog net meekunnen. Vandaag is de openingsdag van de jaarlijkse Stampedeweek. De drukte valt erg mee, en we zijn blij dat we hier op vrijdag zijn, want op zaterdag kun je waarschijnlijk over de hoofden lopen. Wel moeten we al direct kiezen of we om 18.00 uur of 24.00 uur met de bus terug willen. Aangezien de dagen al lang genoeg zijn en we het niet verplicht tot middernacht willen volhouden, besluiten we tot zes uur te blijven. In het ergste geval kunnen we altijd nog een taxi terug nemen. Er is veel te zien, dus moeten we weer eens keuzes maken. We willen eigenlijk wel graag de rodeo bijwonen, maar als we de wachtrij voor de kassa zien, wordt de keuze wel erg makkelijk: dat is zonde van de tijd. Er zijn veel kraampjes met hoeden, riemen en andere westernkleding en natuurlijk moeten we hoeden passen. Maar ja, wanneer zet je zo’n ding nog verder op? Dus hoe verleidelijk het ook is, we laten de hoedjes voor wat ze zijn en slenteren verder langs de paardenstallen, nemen een kijkje bij een wedstrijd hoefijzer smeden en paarden beslaan, en strijken neer op een terrasje voor een hapje en een drankje. Behalve van alles en nog wat rondom rodeo, is er ook een grote kermis, die we vanaf de zijkant even bekijken. Verbazingwekkend is het aantal kramen met loterijen. Het ziet er niet zo aantrekkelijk uit als de gokhallen in Las Vegas, maar volgens ons wordt er zeker net zo erg gegokt! Natuurlijk nemen we ook een kijkje bij het Indiaanse dorp, waar we – gewapend met cola en pizza – op een bankje neerstrijken om de openingsceremonie mee te maken. Leuk om te zien, al wordt er wel erg veel gepraat, en dat door zo’n slechte geluidsinstallatie, dat je er niets van verstaat. Maar dat maakt voor ons toch niet zoveel uit. Exact om zes uur staat de schoolbus weer voor ons klaar en terug naar de camping gaat veel sneller dan heen; de vrijdagavondspits is kennelijk al voorbij.
De camping is prima voorzien van een aantal gemakken, maar weer hebben we geen zin om van het zwembad gebruik te maken. Aangezien er af en toe ook iets huishoudelijks gedaan moet worden, hebben we de vrijdag tot wasdag benoemd: als je drie machines tegelijk aan het werk kunt zetten, schiet het wel op. Gelukkig staan we vlakbij het washok, zodat we gemakkelijk af en toe heen en weer kunnen lopen en intussen op gemak kunnen eten. En morgen kunnen we uitslapen, want de volgende halte is Lake Louise, en dat is maar iets meer dan 150 kilometer verwijderd van Calgary.
Dag 11 (4 juli 2009) – van Calgary naar Banff NP, tot Lake Louise - camping: Lake Louise Trailer campground, - dagafstand: 161 km via de Bow Vally Parkway Uitgeslapen tot half acht; het moet niet gekker worden! We rijden eerst zonder stoppen naar Banff, een luxe wintersportplaats, met heel veel (dure) winkels, en een schitterende tuin: de Cascades of Time Gardens, met veel mooie bruggetjes, doorkijkjes en natuurlijk mooie struiken, bomen en bloemen. De weg naar de kabelbaan is erg druk, en we vrezen dat daar lange rijen staan te wachten om naar boven te kunnen. Aangezien er nog meer kabelbanen op onze route liggen, besluiten we de Banff Gondola te laten voor wat ie is. Volgens onze reisgidsen moeten we ook beslist de Vermillion Lakes gezien hebben, dus daar gaan we nog even langs. Wel mooi, maar hadden we ook wel kunnen overslaan. Daarna rijden we via de Bow Valley Parkway naar de camping bij Lake Louise. Het Lake Louise Trailer Park is erg mooi gelegen, maar de douches liggen zo ongeveer aan het eind van de wereld. Overal worden we gewaarschuwd voor beren, maar die hebben zich kennelijk goed verstopt, want wij zijn nog niet verder gekomen dan die ene beer die een paar dagen geleden de weg overstak. We krijgen onze eerste regenbui, vergezeld van donderslagen en bliksemflitsen. Nou ja, bui: het heeft zeker wel vijf minuten geduurd voor die voorbij was! En omdat we ze eigenlijk al wel gemist hadden, waren er nu speciaal voor Ineke weer heel veel toeterende treinen. Zij heeft ze ’s nachts niet gehoord; dit keer was ik de pineut.
Dag 12 (5 juli 2009) – van Lake Louise naar Jasper, via de Icefield Parkway - camping: Whistlers campground (twee nachten) - dagafstand: 230 km Na het ontbijt gaan we naar het Lake Louise, waar we met de 30 foot camper makkelijk kunnen parkeren. Het andere meer – Morain Lake – is met dit bakbeest moeilijk te bereiken, zegt men, en je kunt er ook niet of nauwelijks parkeren. Maar Lake Louise is voor ons mooi genoeg, en omdat we zo vroeg zijn, is het er nog behoorlijk rustig. Hier worden waarschijnlijk al die foto’s gemaakt waarvan puzzels gemaakt worden: bergen op de achtergrond, bossen ervoor, schitterend gekleurd water, wolken erboven, en wanneer de zon door is, zie je alles nog een keer in het water. Tegen kwart voor elf gaan we de Icefield Parkway op, richting Jasper. We drinken koffie bij het Hector Lake en gaan dan door naar de Columbia Icefields. Wat we al lazen in diverse beschrijvingen klopt helemaal: dit is wel een van de mooiste wegen – zo niet de mooiste – waar we ooit overheen gereden zijn. We rijden tussen hoge bergen door, al dan niet met sneeuw bedekt, en dat weer gecombineerd met mooie blauwe luchten en wolken: we hebben het weer ontzettend getroffen! Bij de Icefields nemen we eerst een kijkje bij het grote visitor centrum, waar – zoals we al op meer plaatsen gezien hebben – een paar grote nepberen in Canadese Ranger-outfit staan opgesteld. Toch altijd weer leuk voor een foto. Hier kunnen we ook de kaartjes halen voor de rit naar de gletsjer – lopen kan natuurlijk ook, maar dan ben je wel erg onderweg, en we moeten nog door naar Jasper. Eerst worden we met een bus tot aan de voet van de gletsjer gereden, daar stappen we over in een speciaal vervoermiddel, dat hele steile hellingen kan nemen en over ijs en rotsen kan rijden; kortom ons verder het ijs op kan brengen. Zowel de chauffeur van de bus als van het ijsmobiel weten onderhoudend te vertellen en we worden weer lekker gemaakt met de mogelijkheid dat we dieren, in dit geval de big horn sheep te zien zullen krijgen. Nou, met een beetje fantasie heb ik zo’n beest op de rand van een berg zien staan, maar ik weet nog steeds niet of hier de wens weer de vader van de gedachte is geweest. Natuurlijk mogen we ook even over het ijs lopen, waarbij we op het hart gedrukt krijgen om niet buiten de aangegeven gebieden te gaan, aangezien je voor je het weet in een gletsjerspleet kunt belanden.
Na dit stuk natuurschoon hebben we nog de keuze om langs diverse watervallen te gaan. Allemaal bekijken is wat veel van het goede, dus we kiezen voor de Athabasca Falls, een waterval die over kwartsgesteente omlaag dondert in een korte nauwe kloof. We kunnen via een smal pad – gelukkig afgezet met ijzeren hek – tot vlak bij de waterval komen. De verschillende steensoorten in de kloof zorgen er weer voor dat we nog eens een aantal hele mooie foto’s kunnen maken. We komen ook nog bij een meer, waar we tussen de stenen een ‘inukshuk’ zien staan, een opstelling van stenen, vaak in de vorm van een mannetje, die vroeger als een soort richtingaanwijzers dienden. Ze waren een middel tot overleving, en de oorspronkelijke bewoners gaven hiermee informatie door aan elkaar, door de manier waarop ze gestapeld waren. De ene opstelling betekent dat dit een goed gebied is om te jagen, een andere manier van stenenopbouw betekent dat dit er een goeie visstek is, of dat hier de vleesvoorraad is verborgen. En zo zijn er nog meer betekenissen. Langzamerhand lijkt het of het weer gaat veranderen, en we krijgen schitterende donkere wolken boven een strak meer, met geelachtige rotsen. Wat een ontzettend mooi gezicht zo alles bij elkaar!
Het is nog zo’n 30 kilometer tot de camping vlak voor Jasper, en ineens ziet Ineke twee jonge beertjes in een boom. Helaas kunnen we op geen enkele manier op die plaats stoppen, maar ze zijn er dus toch wel. Hopelijk krijgen we er nog een paar te zien! De camping is gemakkelijk te vinden en ook weer erg mooi en het eerste wat we zien rondlopen, zijn herten, en dat gewoon op de camping! Als we goed en wel geïnstalleerd zijn, loopt daar weer een hert rond, waarvan het jong ligt uit te rusten in de struiken dichtbij. De campingplaatsen liggen steeds in cirkeltjes aan een soort rondweg, en gelukkig zijn er wel toilethokken dichtbij, maar de douches blijken aan het begin van de camping te liggen. Helaas zijn die op geen enkele manier via een gemakkelijke weg tussendoor te bereiken, en het lijkt wel meer dan een kilometer lopen, voor ik er ben. Inmiddels heeft het even kort maar hevig geregend, maar gelukkig kom ik droog over. Morgenochtend maar met de camper naar de douches, want dan moeten we toch water vullen en afvalwater dumpen. Maar er zijn geen treinen die ons uit de slaap houden.
Dag 13 (6 juli 2009) – Jasper, Whistlers campground, naar Maligne Lake - dagafstand: 109 kilometer Met de camper naar de douche; het moet niet gekker worden. Echt schoon is het niet, en ik ben voor de zoveelste keer blij met mijn doucheslippers. Maar het water is warm en dat is wel erg lekker. Want vandaag is het voor het eerst somber en bewolkt, maar gelukkig is het wel droog en niet echt koud. We hadden met de Airtram van Jasper de berg op willen gaan, maar dan kom je waarschijnlijk in de wolken terecht, en dan zie je niet zoveel. Daarom besluiten we eerst naar Maligne Lake te gaan; als het weer opknapt kunnen we daar nog een boottocht maken. Helaas, het weer knapt niet echt op, en om dan $55 per persoon te betalen om op het water te kleumen, vinden we met Hollandse zuinigheid niet echt aantrekkelijk. Dat bootje varen gaat dus niet door en we rijden langzaam terug naar Jasper. En eindelijk komen de dieren uit hun holen: we zien een eland, een beer, en op de weg lopen bokken! Het slechte weer is dus wel ergens goed voor! De plaatselijke bevolking is overigens wel blij met dit weer, want het heeft al vier weken niet geregend. In Jasper besluiten we te gaan eten bij de Italiaan, waarna we nog een stukje door het stadje wandelen en daarna weer terug naar de camping. Al met al wel een relaxed dagje, dat wel eens goed is om alle indrukken te verwerken.
Dag 14 (7 juli 2009) – van Jasper naar Clearwater - camping: Clearwater, KOA campground - dagafstand: 319 km Aangezien we vandaag weer een aardige afstand te gaan hebben, loopt de wekker weer aardig op tijd af. Omdat we toch met de camper naar de douches gaan, besluit Ineke om nog even in bed te blijven liggen, en zich daarheen te laten rijden. Je hebt luxe paarden. We besluiten om niet meer terug te rijden naar onze campingplaats en blijven vooraan de camping ontbijten. Daarna weer de snelweg op. En ja hoor, we hebben weer geluk, na een paar kilometer zien we een paar grote wapitiherten in het gras langs de weg die op gemak liggen te herkauwen en af en toe hun kop wel even willen draaien voor een beter plaatje. Het weer is nog steeds niet echt geweldig, wat wel weer goed is om lekker door te rijden. We stappen nog even uit op de hoogte van Mount Robson, die zich gelukkig af en toe in zijn geheel laat zien. De reis naar Clearwater verloopt voorspoedig en we zijn er al rond twee uur, dus gaan we eerst naar Wells Gray Provincial Park. In eerste instantie dachten we dat we daar niet in mochten, maar volgens de plaatselijke VVV is het eerste stuk weg (zo’n 46 kilometer) gewoon asfalt, waar we dus met de camper wel overheen mogen. We rijden dat hele stuk en komen uit bij de Helmcken Fall. En al weer een wondertje: binnen een paar kilometer zien we weer een berenjong langs de weg. Maar die was zo snel, dat we niet eens de gelegenheid hadden om een fototoestel te pakken. Ook de Helmcken Fall is erg mooi om te zien, maar het is jammer dat je zo ongeveer lek gestoken wordt door de muggen. Rond vijf uur zijn we op de KOA-camping, waar we een mooie plaats hebben tegenover de wasruimtes. Helaas laat het weer nog steeds te wensen over, en ook hier zijn veel muggen, zodat we maar binnen eten. Sinds we een aantal dagen geleden een tafelkleed gekocht hebben voor buiten, hebben we steeds binnen moeten eten…
Dag 15 (8 juli 2009) – van Clearwater naar Cache Creek - camping: Brookside Campsite, Cache Creek, Highway 1, V0H 1HO - dagafstand: 234 km We gaan via Kamloops naar Cache Creek. In Kamploops maken we een wandeling door het Kamloops Riverside Park. Een mooi park, langs een brede rivier. Maar wat die grote fles in het midden van het water deed, is ons niet echt duidelijk geworden. Een kunstwerk? We lopen binnen bij een hamburgerrestaurant, waar de hamburgers in niets lijken op wat je bij een bekende keten krijgt voorgezet: deze zijn overheerlijk! Of ze goed zijn voor de lijn weet ik natuurlijk niet, maar ook in Canada is men kennelijk wel bezig met meer bewegen, want op de traptreden van een wandelviaduct over de weg zijn op de treden aanmoedigende kreten opgenomen, zoals ‘On your way to the top’ en meer van dat soort teksten. Rond half drie rijden we door naar Cache Creek; dit laatste stukje weg is hetzelfde als we op 28 juni gereden hebben richting Salmon Arms. Maar vanaf de andere kant ziet alles er weer heel anders uit (en je vergeet ook snel). Tegen vier uur zijn we op de camping, die zo’n 80 meter vanaf de snelweg ligt. Ook deze camping ligt weer op een mooie locatie, heeft veel bomen en goed sanitair. Samen met Leo neem ik een kijkje op de zandwal achter de camping, waardoor je nog eens extra goed ziet wat een prima ligging deze heeft. We wandelen via een woonwijk en nog wat landelijke weggetjes weer terug, en bij terugkeer weer lekker buiten gezeten en gegeten. ’s Avonds was Leo weer helemaal in zijn knollentuin, omdat we hier weer eens een lekker kampvuurtje konden stoken, waarbij we nog lekker lang buiten konden zitten. En op het moment dat we naar binnen gingen, begon het zachtjes te regenen. Wat een timing!
Dag 16 (9 juli 2009) – van Cache Creek via route 99 naar Whistler - camping: Riverside RV Resort. - dagafstand: 215 km De dag begint met weer een zacht regenbuitje, iets waar de plaatselijke bevolking wel blij mee is. Rond half tien vertrekken we richting Whistler. De afstand is niet zo groot, maar we rijden over de ‘Sea to Sky Highway’, die men volop aan het opknappen is met het oog op de Olympische winterspelen van 2010. Dat houdt hier en daar wel even. Van de andere kant is het een schitterende weg, dus we hebben niets te klagen. En onderweg zien we weer een aantal jonge beren in een boom, met moeder zeer waakzaam eronder! Tegen half vier zijn we in Whistler, en dat betekent dat we weer te laat zijn voor een rit met de gondel, want die gaat tot vijf uur. En dat zou dan betekenen dat je alleen maar even heel snel heen en weer kunt, en dat is de moeite van de kosten niet waard. Zo’n gondelrit zit er – behalve dan de eerste dag bij Hell’s Gate, deze vakantie kennelijk niet in. Naast de gondelbaan heeft men een mountain bike parcours aangelegd, en het lijkt of er een of andere wedstrijd aan de gang is. De ene na de andere sporter komt met een razende vaart naar beneden, waarna ze weer met de stoeltjeslift naar boven gaan. Voor de fietsen heeft men speciale haken aan de stoeltjeslift gemaakt, zodat er steeds een stuk of zes fietsen tegelijk naar boven gaan. Whistler is een mooie, luxe wintersportplaats, met veel winkeltjes, maar helaas nog zonder wintersportkleding. In een van die zaken kopen we een mooi Vancouver 2010 shirt voor Cees, en doen we even alsof we met een bobslee er vandoor willen gaan. De camping is mooi, maar helaas is er net een vuuralarm afgegeven (alweer die droogte), dus mag er geen hout gestookt worden. Barbecue is wel toegestaan, dus worden we door het kokspaar Leo en Ineke voorzien van red snapper en kipvleugeltjes. Morgen weer vroeg op, om over te steken naar Vancouver Island.
Dag 17 (10 juli 2009) - Van Whistler naar Horseshoe Bay – met BC Ferries naar Nanaimo, door naar Parksville voor overnachting - camping: Parrys RV Park, Parksville - dagafstand: 190 km, plus 1,5 uur varen. We weten echt niet meer wat uitslapen is, want om 7 uur staan we weer naast ons bed. Het is weer stralend weer en tegen half negen rijden we weg. Ook het laatste stuk naar Vancouver is vol wegopbrekingen, maar desondanks gaat het erg snel en tegen half 11 zijn we bij Horseshoe Bay. En daar valt het wachten heel erg mee: als we twee auto’s naar voren hadden gestaan, hadden we meegekund met de boot van 10.40 uur; nu moesten we wachten tot 12.55 uur. Maar het is heerlijk weer, er zijn restaurantjes zelfs met terras op een verdieping, en vandaar af heb je een schitterend uitzicht op de baai. Zo kunnen we ‘onze’ boot net zien binnenvaren. Tegen half een melden we ons bij de boot en voor we het weten zijn we onderweg. Een schitterende tocht, en dankzij het mooie weer kunnen we de hele tijd buiten zitten. In Nanaimo zijn we binnen de kortste keren de boot af en kunnen we doorrijden richting Parksville. Ook de camping in Parksville, gelegen aan de England River, blijkt een schot in de roos te zijn: schoon en alweer erg mooi gelegen en goed onderhouden. Langs de rivier ligt een geweldig mooi wandelpad, en er zijn zelfs mensen aan het zwemmen in een stukje dat hiervoor speciaal lijkt te zijn afgedamd. Hier kun je echt wel een aantal dagen blijven! We krijgen nog een gratis voorstelling van een groepje kinderen die, gewapend met castagnetten en gekleed in Spaanse jurken, op bijbehorende muziek (van een cd) heel enthousiast meespelen en dansen. Het is echt een zaterdagavondfeestje!
Dag 18 (11 juli 2009) – van Parksville naar Tofino - camping: Bellapacifica, 2 nachten - dagafstand: 177 km Hoera: we kunnen ons tafelkleedje weer gebruiken, d.w.z. buiten ontbijten. Om half negen zijn we weer klaar voor vertrek. De eerste halte is bij Cathedral Grove met de ‘giant trees’, ofwel het ‘grote bomenbos’ bij Port Alberni. Hier zijn weer enkele wandelpaden uitgezet, en het is maar goed dat we vroeg zijn, want er zijn erg weinig parkeerplaatsen. Een aantal jaren geleden zijn we bij Sequoia National Park in Californië geweest, en daar heeft dit ook wel iets van weg. Daarna rijden we door naar Tofino; een schitterende weg, die over het eiland kronkelt als een slang en hellingen heeft van wel 18%! Geen wonder dat je er een aantal uren over doet! Maar tegen drie uur zijn we toch bij de camping, die aan het strand ligt, waar Ineke en ik besluiten direct een strandwandeling te maken, want het is heerlijk zonnig. Daarna kunnen we dan genieten van buiten eten, kampvuurtje en de mooiste zonsondergang ter wereld. Dat heeft men ons ten minste verteld. Helaas is men vergeten erbij te vertellen dat men hier ook heel vaak last heeft van mist en tegen de avond komt er inderdaad een mistbank vanuit zee het land opzetten, zodat we toch maar naar binnen uitwijken. Ons hout blijft ongebruikt buiten liggen, maar gelukkig kunnen daar we een paar tentkampeerders heel blij mee maken, want die waren te laat om nog hout te kunnen komen, en ze hadden het verschrikkelijk koud. We hopen dat het weer morgen opknapt, en besluiten dat we in ieder geval wel een beetje kunnen uitslapen.
Dag 19 (12 juli 2009) - Tofino Onvoorstelbaar, zo zonnig als het gisteren was, zo grauw en mistig is het vandaag. Wat een schitterende ervaring op een van de mooiste punten van het eiland had moeten worden, ontaardt in een wandeling door een grauw Tofino. De RV blijft op de camping; we stellen ons in op lopen, maar dan blijkt dat er een busje rijdt. Voor $2 per persoon zijn we in acht minuten in het plaatsje. Dat stelt niet echt veel voor, maar dat zal ook wel komen door de grauwheid van de dag. Hebben we daarvoor gisteren zo lang gereden? Dat is natuurlijk flauwekul, want als het mooi weer was geweest, had je ons niet gehoord. Dan hadden we ons aangemeld voor een boottrip in de hoop walvissen te zien. Maar wie weet, klaart het nog op. Dat doet het helaas niet, maar de temperatuur is niet verkeerd, en we bekijken zo ongeveer elk cadeauwinkeltje dat het plaatsje rijk is. We besluiten terug te lopen richting camping en komen zowaar door nog wat aardige straatjes (met winkeltjes). We zien ook dat er langs de weg een botanische tuin moet liggen; helaas lijkt die niet zoveel voor te stellen, dus we bekijken deze vanaf de buitenkant en lopen dan toch maar terug naar de camping. We hebben zelfs geen zin om de camper nog eens te pakken en naar het Pacific Rim NP te rijden; veel te grauw en te vochtig. Het is wel een ontspannen dagje op deze manier.
Dag 20 (13 juli 2009) – van Tofino naar Victoria - camping: Fort Victoria RV Park - dagafstand 306 km ’s Morgens is het nog steeds mistig en omdat we ’s nachts toch de ramen hebben open gehad, voelt alles klam aan. Hier willen we gauw wegwezen! Om 8.07 uur rijden we van de camping af en zoals zo vaak gaat de weg terug sneller dan de heenreis. Nu zijn we in drie uur weer bij Parksville. We rijden door tot Duncan, waar we de camper op een grote parkeerplaats zetten, en de Totempalenroute lopen. Daarna gaan we in één ruk door naar Victoria. De camping is gemakkelijk te vinden en daar krijgen we een lekker plaatsje in de zon. De schone douches en wc’s zijn een verademing na Tofino en de rest van de dag brengen we liggend, lezend en luierend in de zon door, gevolgd door lekker op gemak eten, e-mail bijwerken en lekker slapen.
Dag 21 (14 juli 2009) – Victoria Vandaag gaan we met de bus naar de stad Victoria. Het is alweer schitterend weer, dus dat maakt zo’n uitstapje extra leuk. We stappen uit bij het winkelcentrum en komen ogen te kort om alles te bekijken. Nadat we eerst een paar winkels bekeken hebben, lopen we, zoals iedere rechtgeaarde toerist, eerst richting parlementsgebouwen en het Empress hotel. Behalve de gebouwen en het standbeeld van Queen Victoria, zijn ook hier weer diverse totempalen te bewonderen. Daarnaast sta je versteld van wat men met een surfplank kan doen: voor- en achterkant zijn voorzien van schitterende afbeeldingen, waardoor een waar kunstwerk ontstaat. We nemen een kijkje bij de haven en op de hoek van Government Street en View Street strijken we neer op het terras van de Irish Times Pub, in een autovrij gebied, waar je aan een stenenstrip midden op de straat kunt zien, waar vroeger de muren van Fort Victoria stonden. Op een binnenplaats van een winkelcentrum is een balletschool aan het oefenen, hetgeen toch wel een bijzonder gezicht is. We komen ook bij Christmas Village, een winkel waar je het hele jaar door alle mogelijke kerstspullen kunt kopen. Doodeng om hier met een rugzak naar binnen te gaan (je mag daarmee ook niet echt ver de winkel in), want je stoot zo iets kapot. Je mag er ook geen foto’s maken, maar dat was al gebeurd voor men er iets van kon zeggen. We besluiten terug te gaan naar de Irish Times Pub om daar te eten, iets waar we geen spijt van gekregen hebben. En dan gaan we weer met het busje terug, voor onze voorlaatste nacht in de camper.
Dag 22 (15 juli 2009) – van Victoria terug naar Vancouver - camping: BCRV Campground, Burnaby, Vancouver - dagafstand: 126 km en anderhalf uur varen En weer willen we vroeg opstaan, zodat we op tijd naar de Butchart Gardens kunnen. Via de campingreceptie krijgen we een in het Nederlands gestelde routebeschrijving, die ons buiten de snelweg om leidt. Men heeft ons verzekerd dat deze route met een 30 foot camper gemakkelijk te rijden is, en dat klopt helemaal. Een schitterende weg, door een landelijk gedeelte van Vancouver Island. We komen precies op openingstijd bij de tuinen aan en gaan bijna als eerste naar binnen. Dat is echt fantastisch, want je kunt dan op gemak rondkijken en foto’s maken, zonder dat er hele massa’s mensen in je beeld lopen. En weer brandt de zon boven onze hoofden! De tuinen zijn schitterend en om die te beschrijven, heb ik niet zoveel woorden meer over; daarvoor kun je beter de foto’s bekijken! Opvallend is wel dat men met veel hele gewone plantjes zoals vlijtige liesjes en begonia’s, zo’n apart geheel heeft aangelegd. Zo kun je nog eens ideeën voor je eigen tuin opdoen! Tegen 12 uur hebben we alles wel bekeken en dat is maar goed ook, want er zijn kennelijk heel wat bussen uitgeladen! We drinken nog even koffie en rijden dan vrijwel in één keer door naar de haven. We kunnen zó de boot van 13.00 uur oprijden en kunnen weer genieten van anderhalf uur varen naar het vasteland. Vandaar moeten we redelijk snel bij de camping moeten komen. Dat valt dus enigszins tegen, want zoals al eerder opgemerkt is de bewegwijzering in Vancouver een regelrechte ramp. Maar goed, met wat omwegen – zo zie je nog eens een deel van een stad – komen we toch tegen vier uur op de camping aan en zijn we terug bij het begin van onze reis. Nu moeten we dus echt gaan opruimen en inpakken. We besluiten gewoon op de camping te eten en niet meer de stad in te gaan, zodat we ook nog even rustig e-mail kunnen bekijken en ons nergens mee hoeven te haasten.
Dag 23 (16 juli 2009) - van de camping naar Cruise Canada - dagafstand: 0 km De laatste nacht hebben we goed geslapen en tegen half acht staan we op, zodat we op gemak kunnen ontbijten en het laatste opruim- en schoonmaakwerk kunnen regelen. Met een typisch Canadase routebeschrijving gaan we richting Cruise Canada. Dat betekent dus toch weer een beetje omrijden, maar tegen 11 uur zijn we toch op bestemming. Het inleveren van de camper gaat snel en we hebben nog even tijd om een nieuw type camper te bekijken, voor het geval we nog een keer met zijn tweeën een camperreis willen maken. Het is verschrikkelijk heet, en we zijn blij als we in de taxi naar het vliegveld kunnen stappen. Daar zijn we wel erg op tijd, wat achteraf gezien goed was, want hier gaat men erg streng om met het vastgestelde maximale gewicht van je koffer. We kampen allemaal met een paar kilo te zware koffers, dus moeten we daar een oplossing voor vinden. Kwestie van de vuile was in een grote plastic zak doen, die dichtplakken en voorzien van een label voor Schiphol, alsnog op de bagageband zetten. Daarna hebben we tijd genoeg om alle winkeltjes te bekijken en koffie te drinken. De terugvlucht gaat al net zo voorspoedig als op de heenreis het geval was en het lukt me zelfs om tussen het bekijken van twee films door, een poosje te slapen. Op Heathrow heb ik (weer) het gevoel dat we hier met bus en al lopend minimaal de afstand Londen-Amsterdam afleggen. Het is wel gigagroot! We zijn precies op tijd in Amsterdam (vrijdag 17 juli, 15.30 uur) en wat komt als eerste van de bagageband: onze plastic zak met was! Ineens gaat alles dan erg snel en na drie weken met zijn vieren te hebben opgetrokken, is het tijd om afscheid te nemen, want nicht Joke staat al op de parkeerplaats om Leo en Ineke op te halen. Wij gaan met de trein naar huis, waarbij het met de aansluitingen niet helemaal soepel verloopt, zodat we om 19.00 uur in Nijkerk zijn. Het zit er weer op, een fantastische reis is ten einde.
Een paar cijfertjes over kosten onderweg: Totale afstand gereden: 3.918 km (onbeperkt kilometerpakket) Benzine getankt: 1.226 liter (verbruik derhalve circa 1:3,2…) Gas voor camper: 26 liter Kosten benzine: $1168,00 (bij gemiddelde koers van € 1,58 totaal ca. € 740) Kosten gas: $26,00 (ca. € 16,50) Kosten campings voor 21 nachten totaal*: $ 940 (bij gemiddelde koers van € 1,58 totaal ca. € 600, is gemiddeld € 28,00 per nacht) Bootovertochten**: - Vancouver (Horseshoe Bay) – Vancouver Island (Nanaimo, Departure Bay) - $ 162,60 - Vancouver Island (Swartz Bay) - Vancouver (Tsawassen) - $ 120,00 - Totaal $ 282,60 (bij € 1,58 totaal ca. € 178,00)
*) op basis van 30 foot camper, 4 personen, grotendeels full hook up **) 30 foot camper, 4 personen
|